De meetmethoden

Tijdens een meetdag worden verschillende metingen uitgevoerd. Veel van deze metingen zijn gericht op de werking van het hormoon insuline. Daarnaast onderzoeken we ook de werking van de kleine en grote bloedvaten van het lichaam en kijken we naar de samenstelling van de darmflora

Hoe ons lichaam reageert op insuline speelt een belangrijke rol bij het krijgen van suikerziekte. Dit meten we als volgt: via een infuus wordt insuline toegediend, waardoor suiker vanuit het bloed zich verplaatst naar de spieren. Als gevolg hiervan zal de bloedsuikerspiegel gaan dalen, echter gaan we dit tegen door ook suiker via een infuus te geven. Bij de ene persoon moet er om de bloedsuikerspiegel gelijk te houden meer suiker worden toegediend dan bij de andere. Dit verschil komt door de gevoeligheid voor insuline. Naarmate een persoon gevoeliger is voor insuline, zal er meer suiker worden opgenomen door de spieren en moet er meer suiker via het infuus worden gegeven om de bloedsuiker constant te houden. 

Naast de gevoeligheid voor insuline, onderzoeken we ook de gevoeligheid voor suiker. Via een infuus geven we tweemaal een hoeveelheid suiker. Door de stijging van de bloedsuiker zal er insuline worden afgegeven. We nemen dan wat bloed af en kunnen de afgifte van insuline bepalen. 

Door het uitvoeren van de twee bovenstaande onderzoeken krijgen we een volledig beeld naar de werking en de afgifte van het hormoon insuline. 

Met de grote bloedvaten bedoelen we de grote slagaders: de lichaamsslagader en de slagaders in de hals, armen en benen. Met behulp van een echo-apparaat en een drukmeter (in de vorm van een pennetje) kunnen we kijken naar vaatverkalking, vaatstijfheid, de bloeddruk in de lichaamsslagader en de werking van de slagaders. 

Met de kleine bloedvaten bedoelen we de vaatjes die een diameter hebben van kleiner dan 0,015 cm. Deze vaatjes zijn klein, maar ze zijn in enorme aantallen op allerlei plekken aanwezig: de ogen, de nieren, de spieren en in de huid. Deze vaatjes zijn enorm belangrijk bij het regelen van de bloeddruk en bij de bloedvoorziening van allerlei weefsels. 

Op verschillende manieren brengen we de werking van deze kleine bloedvaatjes in kaart. Met een spiegelreflex camera maken we een gedetailleerde foto van het netvlies van de ogen. Met behulp van een echo-apparaat kijken we naar de doorbloeding van spieren in de onderarm. Ook meten we de doorbloeding in de huid en onder de tong. 

Deze metingen, op de oogfoto na, voeren we allen twee keer uit. We herhalen deze metingen tijdens het toedienen van insuline, zodat we het effect van het hormoon insuline op de kleine bloedvaten kunnen bepalen. 

Onze darmen zitten boordevol met van nature aanwezige bacteriën. Al die bacteriën samen noemen we de darmflora. De samenstelling van onze darmflora bepaalt mede welke voedingsstoffen er uit de darmen opgenomen kunnen worden. Om deze reden kan de darmflora ook een rol spelen bij de opname van versuikerde eiwitten. Om de samenstelling van de darmflora te bepalen vragen we deelnemers ontlasting op te vangen.